Column

slider-column1

Columnist: John Veerman

J.W. (John) Veerman is bouwhistoricus. Hij werd geboren te Utrecht in 1974, doorliep het VWO in Nieuwegein en studeerde Kunstgeschiedenis aan de universiteit van Leiden (doctoraal in 2000). Tussen 2003 en 2005 is te Utrecht de HBO+ opleiding Bouwhistorie en Restauratie gevolgd en voltooid.

John werkt binnen zijn eigen bureau Veerman Bouwhistorie. Hij is bestuurslid van de Stichting Bouwhistorie Nederland. Naast het dagelijkse bouwhistorisch onderzoek wordt geregeld gepubliceerd. Totde jongste producten behoren een boek over het Bredase Begijnhof en een samen met Elizabeth den Hartog geschreven artikel over de basiliek van Meerssen.


Column Actueel Bouwhistorie

door admin | 11 mei 2016 | column

Vastleggen voor het verdwenen is

Nieuwe kansen voor bouwhistorische documentatie

Volgens de erfgoedinspectie wordt voorafgaand aan restauraties maar een fractie van de rijksmonumenten bouwhistorisch onderzocht op de aanwezige waardes, terwijl de wettelijke kaders daarvoor al sinds 2011 aanwezig zijn. Dit is schrikbarend, maar nog veel slechter is het gesteld met het aantal bouwhistorische onderzoeken die worden uitgevoerd wanneer een vergund bouwplan in uitvoering gaat.

Dat is jammer. De uitvoering van werkzaamheden is hét moment waarbij recente afwerkingslagen, zoals voorzetwanden en verlaagde plafonds, worden verwijderd waardoor oudere delen van het bouwwerk aan het licht komen en de bouw-, ontwikkelings- en gebruiksgeschiedenis kan worden afgelezen. Bovendien zijn de ingrepen vaak niet beperkt tot niet-monumentale onderdelen, maar wordt ook de historische bouwsubstantie verstoord. Vaak verdwijnen met vergunning delen van de historische bouwmassa, structuren, elementen en afwerkingen. Ze verdwijnen ongezien en niet-gedocumenteerd. Bij de vergunningsverlening wordt vrijwel nooit documentatie van de vergunde ingrepen afgedwongen.
 

De vertaalfout van Malta

Opmerkelijk anders is de gang van zaken bij onze collega’s onder de grond. Anders dan bij de verstoring van gebouwd erfgoed worden bij de verstoring van de ondergrond de historische grondlagen verplicht door archeologen in kaart gebracht. Het onderscheid tussen het omgaan met sporen van het menselijk handelen ondergronds (archeologisch onderzoek) en bovengronds (bouwhistorisch onderzoek) is ontstaan bij de implementatie van de Maltawetgeving die in 1995 werd geratificeerd. Bij de omzetting van de officiële teksten die in het Frans en Engels zijn opgesteld naar de Nederlandse wetgeving zijn het Franse woord “archéologie” en het Engelse woord “archaeology” vertaald naar het Nederlandse “archeologie”. Dit is eenzijdig en zelfs foutief. In het Nederlands beperkt de term archeologie zich tot het ondergrondse erfgoed, terwijl in het Frans en het Engels daarbij ook het bovengrondse erfgoed wordt geïmpliceerd. De onderzoeksdiscipline bouwhistorie wordt in de landen immers respectievelijk “archéologie du bâti” en “building archaeology” genoemd.

Dit ‘vertaalfoutje’ een twintigtal jaren geleden heeft tot op heden grote gevolgen gehad. In de omgang met historisch erfgoed is de discrepantie ontstaan dat bij verstoring in het ene geval, op basis van wetgeving, met het erfgoed zeer zorgvuldig wordt omgegaan, terwijl in het ander geval het erfgoed niet-gedocumenteerd mag worden gesloopt. Toch is het gebouwde erfgoed maar één keer te verstoren of te verwijderen, net als het ondergrondse erfgoed en ook bijvoorbeeld archieven.

Nieuwe kansen

Sinds kort zijn er echter nieuwe kansen voor het implementeren van bouwhistorie in de wetgeving. Recentelijk is de ruimtelijke ordeningswetgeving aangepast. Waar voorheen in de bestemmingsplannen door de ‘verstoorder’ rekening gehouden diende te worden met ‘archeologie’, dient nu rekening gehouden te worden met ‘cultuurhistorie’. Dit biedt mogelijkheden voor documentatie bij het verdwijnen van cultuurhistorie, analoog aan de archeologiewetgeving. De gemeente zal moeten beschikken over een bouwhistorische verwachtingskaart als onderdeel van een cultuurhistorische kaartlaag in de bestemmingsplannen (en straks de omgevingsplannen), inclusief een bijbehorend juridisch regime. Vervolgens kan, als een bouwplan een verstoring veroorzaakt in de cultuurhistorische laag en dit wordt vergund, documentatie, zowel archeologisch als bouwhistorisch, worden afgedwongen.



Pilotproject in Leiden


De gemeente Leiden heeft ervaring opgedaan met dit principe bij het Aalmarktproject, een herontwikkeling door ASR-vastgoed midden in de historische binnenstad. Voorafgaand aan de vergunning zijn in het kader van de planvorming en -beoordeling alle panden, monumenten en niet-monumenten, bouwhistorisch onderzocht en gewaardeerd. Vervolgens zijn de plannen beoordeeld en vergund, waarbij bouwhistorische documentatie voor de te slopen delen en elementen als voorwaarde is opgenomen. De bouwhistorici van Erfgoed Leiden en Omstreken hebben hiervoor een Bouwhistorisch Programma Van Eisen (PVE) opgesteld, waarop offertes zijn gevraagd. Na beoordeling van de offertes heeft BAAC BV opdracht verkregen van ASR.

Inmiddels is het project al vergevorderd en heeft het bouwhistorisch documentair onderzoek grotendeels plaatsgevonden. De ervaring is dat een bouwhistorisch PVE, met daarin afspraken, werkomschrijving, documentatiemethoden en -technieken, rapportage-, uitwerkings- en deponeringsvoorschriften, noodzakelijk is om een afdoende documentatie te verkrijgen en het proces eenduidig en soepel te laten functioneren tussen de opdrachtgever (ASR), de bouwhistorische aannemer (BAAC) en controlerend bevoegd gezag (ELO).

De ervaringen met het Aalmarktproject, waar voor het eerst in opdracht van de ontwikkelaar een bouwhistorische documentatie op basis van een PVE als onderdeel van het ontwikkelingsproces is opgenomen, zijn vanuit alle betrokkenen partijen als positief beoordeeld. De methode werkt.

Inhoudelijk valt op dat het onderzoek oneindig veel meer bouwhistorische gegevens heeft opgeleverd dan het verkennende vooronderzoek. De bouwhistorische data reiken van allerlei 20ste-eeuwse afwerkingslagen tot meerdere middeleeuwse casco’s. Aansluitend op het bouwhistorisch onderzoek voert BAAC ook het archeologisch onderzoek uit. Met het geïntegreerde onderzoek worden alle historische bouwdelen en -elementen gedocumenteerd voordat ze verdwijnen en wordt de bouw- en gebruiksgeschiedenis van dit deel van de stad vastgelegd en straks ook ontsloten voor het brede publiek.


Slot

Consequent uitvoeren van bouwhistorische documentatie is noodzakelijk als we willen voorkomen dat we elke dag weer onvervangbare (bouw)historie van Nederland ongezien laten slopen en verdwijnen bij restauraties, renovaties, verbouwingen en hergebruik. Met de concretisering van bouwhistorische documentatie wordt een deel van de Maltawetgeving ingevuld zoals deze bedoeld is. Hopelijk komt het uiteindelijk zover dat de Nederlandse wetgeving gewoon conform de Europese wetgeving wordt, met naadloos ondergronds archeologisch onderzoek en bovengronds bouwhistorisch onderzoek, zoals bedoeld.

 

 

Pagina's

Bedrijfsinformatie

Stichting Bouwhistorie Nederland

Everard Foeckstraat 3

3515 ED  Utrecht

KvK Utrecht 41185024

Handige links

Volg ons op facebook

Go to top
Web Analytics