|
Klik voor vergroting:

Nokruiterbokje, foto gemeente Leiden, Bureau M&A, Edwin Orsel.

Documentatie
nokruiterbokje Rapenburg 67 te Leiden, tekening gemeente Leiden,
Bureau M&A, Maarten Enderman.

Reconstructie
nokdetail Rapenburg 67, tekening gemeente Leiden, Bureau M&A, Edwin
Orsel.
|
Nogmaals nokruiterbokjes,
van Heiloo naar Leiden
Edwin Orsel
Stadsbouwhistoricus
gemeente Leiden
In 2001 maakte
Maarten Enderman in Nieuwsbrief 28 van de SBN melding van de vondst
van een gaffelvormige smeedijzeren drager, door hem benoemd als
nokruiterbokje.1 Een rij van dergelijke bokjes,
ingeslagen in de bovenzijde van de nokgording, doet dienst als
drager van een nokruiter. Het voorbeeld bevond zich in de vroeg
18de-eeuwse kap van buitenplaats De Nijenburg te Heiloo. Van andere
voorbeelden verder geen spoor, ook niet naar aanleiding van de
publicatie.
In het kader
van het door gemeente gestarte bouwhistorisch onderzoek naar de
ontwikkeling van kapconstructies in Leiden werd recent de kap uit
1760 van het voorhuis van Rapenburg 67 door Maarten Enderman en
ondergetekende bouwhistorisch opgenomen. Daarbij is voor de context
ook gekeken naar de kappen van het achterhuis.2
Bij toeval
werd ex situ in een zakgoot een nokruiterbokje aangetroffen. Bij
nader onderzoek bleek dat op de nok van het rechter achterhuis deze
bokjes nog deels in situ aanwezig zijn/waren. Helaas was de
nokruiter al verdwenen. Dit achterhuis dateert uit de 16de eeuw met
een kap uit vermoedelijk de eerste helft van de 17de eeuw. Het
bestaat uit twee bouwlagen afgedekt met zadeldak. Hiertegen is na
het midden van de 17de eeuw een tweede achterhuis met twee bouwlagen
afgedekt met schilddak gebouwd (reconstructie op basis van
kaartmateriaal). Kort na de bouw hiervan zijn de dakvlakken met
elkaar verbonden. Uit het nader onderzoek is duidelijk geworden dat
de bokjes alleen behoren tot de oudste fase van deze daken, i.c. het
dak van het rechter achterhuis. Hoewel de dakvlakken hetzelfde zijn
uitgevoerd en de nokken op dezelfde hoogte liggen, komen bij het
linker achterhuis en het koppelstuk geen bokjes voor.
De
smeedijzeren bokjes van Rapenburg 67 bestaan uit een U-vormige
houder op een aangepunte pen. In de zijkant van de houder zijn gaten
aanwezig om de nokruiter vast te nagelen. Deze nokruiter (circa 7 cm
breed) heeft een grotere breedte dan de algemeen als nokruiter
voorkomende staande plank. Een brede nokruiter is specifiek geëigend
voor een met lood bekleedde nok, voor de gebogen nokvorsten is een
smalle nokruiter veel geschikter.
Het dak van
het rechter achterhuis van Rapenburg 67 heeft sporen bekleed met
horizontale delen.3 De sporen sluiten aan tegen de
zijkant van de nokgording, maar het beschot is hoger aangebracht.
Het bokje kan door zijn smalle pen goed aangebracht worden tussen
het beschot en blijft bovendien een stabiele drager voor de
nokruiter. Deze nokruiter krijgt dan ook voldoende hoogte om de
loodafdekking te kunnen aanbrengen. Uit het beschot, de grote
hoeveelheid nagelgaten hierin en de hoogte van de met lood afgedekte
nokruiter kan geconcludeerd worden dat dit dak van opzet bekleed was
met leien. Dit in tegenstelling tot de originele pannendekking van
De Nijenburg in Heiloo.
Op basis van
de twee vondsten kunnen we dus stellen dat smeedijzeren
nokruiterbokjes zeldzame 17de- en vroeg 18de-eeuwse bouwkundige
elementen zijn, specifiek bedoeld om een met lood bekleedde
nokruiter stabiel te kunnen bevestigen. Een bijkomend voordeel van
de smalle pen is dat beschot met leien of rachels met panlatten en
pannen goed onder de nokruiter bevestigd kunnen worden. Uit de twee
voorbeelden kan duidelijk worden gesteld dat de nokruiterbok niet
voorbehouden is aan hetzij een leiendak, hetzij een pannendak.
De
nokruiterbok; een klein veelal onbekend onderdeel, meestal ook niet
waarneembaar, maar waard om weer eens onder de aandacht te worden
gebracht, vandaar dit artikel.
Noten
1 M.W. Enderman, ‘Nokruiterbokjes’,
in: Nieuwsbrief Stichting Bouwhistorie Nederland, nr. 28, 2001.
2 Het verkennende en
aanvullende onderzoek naar Rapenburg 67-73 werd verricht door Dröge,
Bureau voor Bouwhistorie.
3 Dakbeschot:
naaldhout, dik 3 cm. en breed 30-35 cm., halfhouts bevestigd met
gesmede nagels.
|
Actueel:
>>
Vroege drieklezoren
Oudere stukken:
>> Column over golfplaat
>> Column over gevelverbetering
>> Het verdrag van
Malta en Bouwhistorie
>> Beschilderde balk in de Leidse
Pieterskerk
>> Studiedag Bouwblokinventa-risatie in de
Lage Landen
(24 november 2006)
>> Themadag Federatie Grote
Monumentenge-meenten
(17 november 2006) |