home actueel SBN forum agenda links

 

 

 

 

 

>>pdf met foto's

Column
Golfplaat leren zien, bezien en ontzien
Rien de Visser

 

We kunnen haast geen blik werpen op het Nederlandse cultuurlandschap of we zien wel iets van golfplaat, als we er tenminste op gefixeerd zijn: een bedrijfspand, hal, loods, werkplaats, boerderij, (mega)stal, hooiberg, huis, hok, schuur of een verrassend creatief klein bouwsel. Met beschermde monumenten zullen we golfplaat echter niet zo gauw associëren, alleen al vanwege het imago. Wie weet bovendien dat golfplaat al een (innovatieve) geschiedenis heeft van meer dan 175 jaar? Nu we in het actuele erfgoedbeleid meer aandacht gaan schenken aan levensloop en context zal golfplaat beter in beeld kunnen komen.

Zo’n tien jaar geleden werd ik in ons dorp gefascineerd door een boerenbouwsel van aan elkaar gelapte golfplaten. Geen architect had het kunnen bedenken, laat staan tekenen. Door opschoonneigingen en zelfs opschoonverplichtingen zou het creatieve onderdak voor tractor, kip, hooi en nog veel meer er over tien jaar niet meer staan. Inmiddels is het daadwerkelijk gesloopt. Het nemen van een foto werd de aanzet tot een passie en een missie: fotograferen van gebouwen en bouwsels van golfplaat die ik op mijn weg tegenkom. Een passie, omdat golfplaten in mijn ogen zo fotogeniek zijn door het markante lijnenspel, door de kleurrijkdom van het materiaal zelf en door de roestbruine tand des tijds. Maar ook een missie vanwege het negatieve imago enerzijds en de wereldwijde verspreiding en impact anderzijds, door zijn brede toepassing, historisch en eigentijds, zowel bij hoogwaardige architectuur als in de creatieve cultuur van alledag. En met een bril van golfplaat op registreer je het dagelijks leven vanuit een geheel eigen optiek.

Zo werd ik uiteraard nieuwsgierig naar de geschiedenis van de golfplaat, maar vakliteratuur bleek schaars en ‘soortgenoten’ nog schaarser. Ruim een jaar geleden vroeg me de uitgever van het tweemaandelijks verschijnend vakblad Dakenraad - het blad voor alle daken - een rubriek over golfplaat te verzorgen, met tekst en beeld, uiteraard toegespitst op daken. Hierdoor oriënteer ik me nu nader op de historie en toepassing en komen vragen naar boven als: hoe ziet de Nederlandse golfplaatgeschiedenis er uit, wat staat en stond er aan markant golfplaaterfgoed in Nederland en hebben we de historische merites van golfplaat wel goed in beeld bij restauratie, reconstructie, sloop of herbestemming van monumenten?

Tenminste zo vroeg als 1829 werd in Londen gebruikt gemaakt van golfplaat (gepatenteerd door Henry. R. Palmer). In de loop van de decennia verrezen er in Engeland niet alleen utilitaire gebouwen waarin dit materiaal is verwerkt, maar werd golfplaat ook bij de bouw van balzalen, musea en kerken toegepast. In Nederland zal er uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw aanzienlijk minder aan golfplaat zijn op te sporen. We waren hier nog lang aangewezen op import. De ijzer- en staalindustrie kwam pas na de Eerste Wereldoorlog op gang. De ijzeren golfplaat kreeg hier toen meteen gezelschap van de asbestgolfplaat. De eerste Nederlandsche Asbestfabriek Martinit adverteerde ze al in 1915.

Bij onze speurtocht naar de historische golfplaat zullen we ons meer moeten focussen op utiliteits- en prefabbouw dan op architectonische schoonheid, meer op bijgebouwen dan op hoofdgebouwen. Op stationsoverkappingen bijvoorbeeld: Van Heukelom wijdde er in 1898 in De Ingenieur een uitgebreid artikel aan, toegespitst op de problemen met rook en stoom van de treinen. Niet alleen bij agrarisch en industrieel erfgoed, ook bij militair erfgoed moeten we alert zijn op golfplaat. Een markant verschijnsel in Nederland zijn de nissenhutten en romneyloodsen die respectievelijk in de Eerste en Tweede Wereldoorlog speciaal voor militaire doeleinden werden ontworpen. We komen ze ook tegen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, waarbij het de vraag is of ze bij de ontwikkelingsprojecten als belangwekkend militair erfgoed wel goed in beeld zijn. Na de oorlog kwamen nissenhutten en romneyloodsen voor hergebruik overal in het land terecht.

Ongetwijfeld zijn er tal van rijksmonumenten met authentieke golfplaten, zoals de schietschijvenloods op het kazernecomplex Infanterie Schietkamp, Harskamp uit 1895 of een Engels houten huis in Goirle, vervaardigd voor de Brusselse Wereldtentoonstelling in 1910. Of hooibergen als in golfplaatmekka Staphorst, waar we bij monumentale boerderijen ook tal van latere ‘tijdelijke’ toepassingen zien, vaak asbestplaten, zelfs als afdak voor de karakteristieke melkbusrekken.

Na de Tweede Wereldoorlog ontdekken vooraanstaande architecten de vormgevingskwaliteiten van de golfplaat en wordt deze geïntroduceerd in de hedendaagse architectuur. De bekendste golfplaatarchitecten zijn wel de Australiër Glenn Murcutt en de Japanner Shuhei Endo, maar ook Nederlandse architecten als Rem Koolhaas, MVRDV en Jo Coenen (zoals bij het NAi te Rotterdam) maken gebruik van dit materiaal. De Nederlandse monumentenzorg zal dus toekomstgericht ook vanuit architectonische schoonheid met golfplaat worden geconfronteerd. Vanuit dit perspectief en de historische context zou golfplaat ook ingezet kunnen worden voor een broodnodige ontwerpkwaliteitsimpuls bij het huidig agrarisch bouwen.

Nu we meer aandacht krijgen voor de levensloop en context van monumenten zal de golfplaat bij restauratieprocessen beter in beeld (moeten) komen en zullen we ook op conserveringsvraagstukken stuiten. Hoe om te gaan met asbesthoudende platen? Hoe met de zo karakteristieke roestvorming bij ijzeren golfplaten? Wat te doen als golfplaten die echt ‘op’ zijn moeten worden vervangen? Om de maatschappelijke impact van golfplaat werkelijk vast te houden zouden we in plaats van bescherming misschien moeten komen tot een Nederlandse Top Tien (of Tob Tien?) van gebouwen waar de bouw- en levensgeschiedenis van af druipt.

Juist de brede toepassing in een architectonische, economische, sociale en ecologische context maken de golfplaat met zijn innovatieve kwaliteiten tot een historisch en hedendaags fascinerend materiaal, dat we moeten leren zien, bezien en ontzien. Proeftuin voor de zich moderniserende monumentenzorg?

Fotobijlage

Uit deze foto's zal duidelijk worden dat ik, terwijl ik in de volle breedte met golfplaat bezig wil zijn, vooral stuit op alledaags erfgoed, of noem het 'gebouwde volkscultuur'. Door een 'bril van golfplaat' registreer je wat je anders niet zo gauw zo vastleggen. Ik pleit er voor, en zou ook een signaal richting MoMo willen afgeven, dat niet-beschermd erfgoed alle aandacht verdient. Nu is het vogelvrij en wordt vaak ook niet beoordeeld (bijvoorbeeld door welstand) als erfgoed, zelfs niet kerken, die 'net' niet de beschermde status hebben kunnen verkrijgen.

>> download de pdf

 

Actueel:

>> Vroege drieklezoren

 

Andere stukken:

>> Nogmaals nokruiterbokjes

>> Column over gevelverbetering

>> Het verdrag van Malta en Bouwhistorie

>> Beschilderde balk in de Leidse Pieterskerk

>> Studiedag Bouwblokinventa-risatie in de Lage Landen (24 november 2006)

>> Themadag Federatie Grote Monumentenge-meenten (17 november 2006)