|
   
Klik voor vergroting
tekening
© Architektenburo Veldman +
Rietbroek
foto's
©Dröge, Bureau voor Bouwhistorie |
De vondst van een
middeleeuwse decoratie in de
Leidse Pieterskerk
John Veerman
De Pieterskerk is naast de St.-Pancras- of
Hooglandse kerk en de in de 19de eeuw afgebroken Vrouwenkerk één van de drie
middeleeuwse parochiekerken van Leiden (de Hooglandse kerk werd in de loop der
tijd een kapittelkerk). De Pieterskerk werd gesticht in 1121,
misschien als grafelijke kapel. In het laatste kwart van de 14de eeuw besloot
men tot de bouw van een grote stadskerk. De nieuwbouw ving omstreeks 1390 met het
nieuwe koor aan. De werkzaamheden liepen tot diep in de 16de eeuw. Zoals het
geval is bij zoveel Hollandse stadskerken uit die periode, werden de ambitieuze
bouwplannen niet geheel uitgevoerd. In 1512 stortte nog de aan de
westzijde staande toren in – waarvan het uiterlijk niet exact bekend is, maar
die van forse afmetingen moet zijn geweest.
Wat overbleef, is een kruiskerk met middenschip en
aan weerszijden daarvan twee zijbeuken, een diep vijfzijdig gesloten koor met
(enkelvoudige) omgang en een transept, met aan de westzijde een enkele zijbeuk.
Het hoogste punt wordt nu gevormd door een dakruiter of klokkentorentje dat iets
oostelijk staat van de kruising van transept en schip.
Restauratie van de trekbalkspanten
Sinds 2001 wordt de kerk gerestaureerd, mede
mogelijk gemaakt door de beschikbaar gestelde Kanjersubsidies. Tot de
meest urgente onderdelen behoorden bij aanvang van deze restauratie de consolidering en
het herstel van de kap- en trekbalkconstructies in het koor, de kooromgang en het schip en het dwarsschip met zijbeuken. Hier waren houtrot, bonte knaagkevers en andere schade
aangetroffen. De
restauratie is steeds in nauwe samenspraak tussen architect, bouwhistorici, monumentenzorgers, Stichting Pieterskerk, aannemer en timmerlieden
uitgevoerd. Het werk aan de constructies nadert nu zijn voltooiing.
Vooraf was door inspecties en voorbereidend
archiefonderzoek globaal bekend welke werkzaamheden er in de loop der eeuwen
waren uitgevoerd. De kappen waren voor de restauratie goed bereikbaar. Hier is,
afgezien van de vernieuwing van sporen en beschot in de vroege 20ste eeuw, veel oorspronkelijk
hout bewaard. We wisten op voorhand echter, dat de trekbalkjukken onder de kap, bestaande uit muurstijlen, trekbalken
met sleutelstukken, korbelen en hierop haaks geplaatste kalven, nog maar weinig
middeleeuws hout zouden bevatten. Na het aanbrengen van de werkvloer op ca. 17 meter
hoogte, tussen lichtbeuk en schijntriforium, was beter te zien dat de meeste
trekbalken aan beide uiteinden zijn aangescherfd. Veel sleutelstukken vertonen een profiel dat niet in de late middeleeuwen thuishoort;
er zijn
ook 19de- en 20ste-eeuwse en mogelijk zelfs uit de 18de eeuw stammende
sleutelstukken.
De spanten zijn achtereenvolgens gedemonteerd en
hersteld, met zoveel mogelijk behoud van het bestaande hout (waarbij
natuurlijk ook bijvoorbeeld 19de-eeuws hout van waarde werd geacht). Nutteloos
geworden of zelfs schadelijke elementen zoals de vroeger in beton en epoxyhars
aangegoten balkkoppen en ijzeren beugels en platen zijn aangepast of verwijderd. Verrassingen
waren meestal negatief van aard – bijvoorbeeld omdat een ogenschijnlijk nog zeer
solide muurstijl door de knagende vrienden tot een soort kano bleek uitgehold.
Bekend was dat op last van de kerkbesturen vanaf
de late 19de eeuw de toen nog resterende delen van oude kleurafwerkingen werden
verwijderd. Eind 19de eeuw bikte men de kalk van de kolommen en pijlers. Wat
later ontdeed men de binnenmuren geheel van hun pleisterlagen. In de jaren 1920
‘reinigde’ men de zichtbare houten constructiedelen en het tongewelf met loog,
waarbij ook een aanzienlijk deel van het gewelfbeschot werd vervangen. Dat het
tongewelf en de trekbalken tot dan een beschildering met onder andere ranken
hadden bevat, was voor de lopende restauratie reeds bekend en is nog steeds zichtbaar aan zeer
vale echo’s van die decoratie.
Tijdens de werkzaamheden werden in het profiel op de
kop van een enkel sleutelstuk - in het zuidtransept - nog stukjes blauwe en rode
verf aangetroffen. Eén van de meest aansprekende vondsten was het met verf
aangebrachte oude opschrift ‘1565’ op de trekbalk die de kruising aan de zuidzijde
begrenst. Dit jaartal kwam tevoorschijn vanachter een als klamp aangebrachte plaat. Op
die plaat is hetzelfde jaartal te lezen, maar dit was al als een recent
opschrift geïnterpreteerd. Wat als bron heeft gediend voor de vervalser kwam dus
alsnog tevoorschijn.
De vondst van een schildering
Tegen het eind van 2006 waren de beide
timmerlieden, de gebroeders Bekooy, aangekomen bij het laatste te herstellen spant
- dat aan de
westzijde van de kruising. We hadden voordien al waargenomen dat zich aan de zuidzijde van de trekbalk een vast sleutelstuk bevindt,
gezaagd en gehakt uit het worteleinde van de eik. Het betreft hier één
van de weinige sleutelstukken in de Pieterskerk met een middeleeuwse profilering
met stevige driedelige peerkraal op de kop. Onder de balk was in latere
instantie - blijkend uit de tamelijk flauwe kraal hiervan, zoals we die eerder tegen kwamen - een tweede
sleutelstuk bevestigd. Enerzijds zal dit zijn bedoeld om de gelijktijdig
gemaakte las in de trekbalk op te vangen. Anderzijds was een vorm van gemakzucht
in het spel, aangezien het zeer lastig is om de pen van een nieuw korbeel in de
oude trekbalk te manoeuvreren.
Nadat recentelijk de balkkop en de muurstijl waren
vrijgehakt, konden korbeel, kalf en het secundair aangebrachte sleutelstuk
worden verwijderd. Het was intussen zeker dat alle onderdelen behalve de
trekbalk al eens waren vernieuwd (in de eerste helft van de 20ste eeuw bovendien
opnieuw verstevigd met ijzeren bouten en platen). Het relatief jonge sleutelstuk
bleek een veelkleurige schildering te hebben verborgen, aangebracht op de
onderzijde van de trekbalk/vaste sleutel, boven in de driehoek die balk,
muurstijl en korbeel samen maken.
De schildering is symmetrisch van opbouw en
uitgevoerd in de kleuren rood, een groenig lichtblauw, wit, grijs en zwart. Hij
toont een op een lage kelk of bokaal lijkende witte vorm met de voet aan de
zijde van de muurstijl en balkkop. ‘Boven’ die kelk zijn twee (verkleurde?)
grijze sterren te zien tegen een zwarte achtergrond. Aan weerszijden van de
sterren bevinden zich twee halfronde vormen met golvende randen (wolken?). In de
halve cirkels zijn groene vlekken en rode strepen aangebracht.
Interpretatie
De betekenis van de voorstelling is niet
onmiddellijk helder. Het volledig ontbreken van de rest van de geschilderde
ornamentiek maakt de duiding zeer moeilijk. Misschien kan een dergelijke, elders
te vinden decoratie, waarvan de context nog aanwezig is, ons meer leren over wat
we hier in de Pieterskerk aantreffen. Een medewerker van het SRAL is inmiddels
verzocht de schildering nader te onderzoeken. De trekbalk is in elk geval zozeer
door de knaagkevers aangetast, dat fixatie van de kleur alleen niet genoeg zal
zijn om de schildering op zijn plek te behouden.
Met betrekking tot de ouderdom van de schildering
zijn enkele jaartallen te noemen. De (kap)constructie waartoe de balk behoort is
dendrochronologisch gedateerd op 1424-’26. De heldere kleuren rood en een
turquoise-achtig groen komen spaarzaam op het profiel van een grenen sleutelstuk
in het zuidtransept voor. Misschien zijn dezelfde pigmenten gebruikt, maar dit
is niet zeker. De transeptkap is vervaardigd in of kort na 1539 (d). Het
sleutelstuk hiervan wekt de indruk een restauratieproduct te zijn.
Het aflogen van de spanten en het tongewelf vond,
zoals gezegd,
plaats in de vroege 20ste eeuw. Dit gebeurde zeer grondig. De schildering op de
onderzijde van het sleutelstuk moet reeds toegedekt zijn geweest, want is toen
‘ontsnapt’. Uit 1824 stamt een herstelplan met duidelijke omschrijvingen en
schematische tekening, waarin het spant westelijk van de viering met nr.11 is
aangeduid [Regionaal Archief Leiden, NHKV 1056]. Op de tekening is dit nummer
aan de zuidzijde van de trekbalk geplaatst. Hierin is door de vervaardiger
duidelijk onderscheid gemaakt: het nummer werd steeds aan de betreffende zijde
geschreven. De in het schematische stuk omschreven ripparatie had
betrekking op Een Stand Vink, Een Crebeel, Een Scherf aan het
Bind, Een Wind Band en Een Sleutel. Een ander document uit
dezelfde periode getuigt van een keuring door de ‘baasen’ van de herstellingen.
Hieruit blijkt ondermeer dat een deel van het werk, waaronder ook aan spant 11,
nog moest worden uitgevoerd. De eerlijkheid gebiedt dus te zeggen dat, hoewel de
werkzaamheden wel degelijk liepen, we niet zeker weten dat het bij ‘ons’ spant
vervangen hout uit 1824 stamt en dat bijgevolg de schildering toen door
het tweede sleutelstuk werd bedekt.
We gaan vooralsnog uit van de hypothese dat de
schildering in of kort na 1424 is aangebracht. De stijl en de betrekkelijke
grofheid van het geschilderde zijn daarbij niet echt richtinggevend. Meer dan
door de grote hoogte (er komen op grote hoogte zeer fijne decoraties voor, zoals
in Amsterdams Oude Kerk) en de bovendien moeilijk zichtbare plaats in de
driehoek, wordt het gebrek aan verfijning mogelijk verklaard doordat hiervoor
een ‘kladschilder’ is ingeschakeld, uit de losse pols werkend. Veel vragen
kunnen nog niet worden beantwoord; een dergelijke vondst vormt immers het begin
van nader onderzoek.
Het voortschrijdend onderzoek
Inmiddels (januari 2007) is een tweetal krassen
op de onderzijde van het vaste sleutelstuk geïnterpreteerd als het telmerk 2.
Dit is in overeenstemming met de merken op het kapspant dat er direct boven, aan
de andere kant van het tongewelf, te vinden is.
De trekbalk blijkt na verwijdering
van de vroeg 20ste-eeuwse ijzeren plaat aan het andere uiteinde ook twee sterren
en een stukje wolk te bevatten. Déze resten zitten echter niet op de
onderkant, maar op de (oostelijke) zijkant van de balk. Zij schijnen niet te
zijn ontsnapt aan de reinigingsactiviteiten, maar daarbij half te zijn gemist.
Ondanks hun vaagheid maken deze 'nieuwe' sterren duidelijk dat de sterrenhemeldecoratie over de hele balk
- uitgezonderd de bovenzijde - is geschilderd.
|
Actueel:
>>
Vroege drieklezoren
Oudere stukken:
>> Column over golfplaat
>> Nogmaals nokruiterbokjes
>> Column over gevelverbetering
>> Het verdrag van
Malta en Bouwhistorie
>> Studiedag Bouwblokinventa-risatie in de
Lage Landen
(24 november 2006)
>> Themadag Federatie Grote
Monumentenge-meenten
(17 november 2006) |